SAMENVATTENDE ANALYSE VAN DE RESPONS OP DE VRAGENLIJST BETREFFENDE DE INTER-RELIGIE-DIALOOG

 

1.      Inleiding : duidelijke interesse

Niet minder dan 38 van de 45 (op 17 en 18 juni 2003) opgezonden vragenlijsten werden ingevuld teruggezonden. Dit is zeer opmerkelijk vermits de antwoordtermijn diende beperkt te worden tot een tiental dagen.

Uit deze massale respons kan worden afgeleid dat de betrokken verenigingen de dialoog zeer hoog in hun vaandel voeren. Meer lyrisch uitgedrukt kan men stellen dat de wil om een betere wereld te realiseren mogelijk wordt door het  samenbrengen van de verschillende constructieve overtuigingen.

Het succes van deze enquête toont ons ook – op pragmatisch vlak – de nood aan duidelijkheid en erkenning van de opgezette projecten om samen coherenter en doeltreffender te ageren.

 

2.      Identiteitskaart van de verenigingen

We hebben de verenigingen onderverdeeld in functie van volgende 3 theoretische criteria : - geloofsovertuiging
               -  veldwerkvereniging van het type VZW
               - europese vereniging van het type IVZW.

Opgemerkt weze dat sommige verenigingen beantwoorden aan meer dan  één dezer drie weerhouden theoretisch criteria . We onderscheiden op basis van de drie weerhouden theoretisch criteria:

 -17 religieuze verenigingen waarvan 13 katholieke, 2 moslim-islamitische,
                                                            1  protestante en 1 israëlitische

- 12 veldwerkverenigingen

-   9 europese verenigingen.

Het criteriumkarakter van deze verschillende verenigingen die meewerkten aan  de enquête mag representatief worden genoemd vermits (de orthodoxe eredienst niet te na gesproken) de belangrijkste europese religies vertegenwoordigd zijn, dit zowel lokaal als internationaal. Opmerkelijk is wel dat slechts één vrijzinnige organisatie deelnam aan deze enquête.

 

2.1  Cijfermatige evaluatie volgens de aard van de activiteiten

Meerdere activiteiten worden georganiseerd zoals :
      - onthaal, ontmoetingen, bezinningsweek-end, ....   : 21
      - conferenties, tentoonstellingen, colloquia : 16
      - uitgaven, bibliotheken : 5
      - inter-religie-parcours, geleide bezoeken : 3
      - vorming, lessen : 7.

Het weze onderlijnd dat sommige verenigingen meerdere van deze activiteiten organiseren.

Sommige verenigingen zorgen voor eerstelijnsontvangst via ontmoetingsgroepen, andere organiseren dialoogmogelijkheden. Dit vormt de meerderheid van de activiteiten, veeleer dan de organisatie van een publiek debat.

Het gezamenlijk bidden wordt slechts 3 maal aangehaald als middel tot het voeren van de inter-religie-dialoog. Dit is volstrekt begrijpelijk vermits langzaam maar zeker, onder de vorm van georganisserde bezoeken aan verschillende eredienstplaatsen, interconvictionele bruggen in wederzijds respect worden gebouwd en leiden tot de dialoog.

Indien publicaties informatie kunnen verschaffen, dan kan vorming meer helpen om de vreemde cultuur beter te vatten.

2.2 Motivaties der initiatieven

Deze kunnen onderverdeeld worden in 3 grote categorieën :

- het begrip opzichtens en de ontmoeting met een persoon die een verschillende geloofsovertuiging heeft : 18

- relaties aanknopen met, en deze ontwikkelen opzichtens een specifieke gemeenschap (joodse, moslim, christelijke) : 5

- noodzakelijkheid van vorming : 7

De drijfkracht van de verenigingen ligt besloten in het willen begrijpen van de "vreemdeling", in het verschaffen van informatie, in het stimuleren van het harmonieus samenleven in een multiculturele maatschappij, in het vinden van wat ons wereldwijd kan verbinden en positief kan stimuleren.

3. Deelnemers aan de dialoog

Er kan worden vastgesteld dat verschillende verenigingen elkaars' gesprekpartners zijn.  Daaruit mag evenwel niet besloten worden dat iedere vereniging op zichzelf is teruggeplooid.  Integendeel bundelen zij hun krachten om een ruimer publiek te bereiken.

4. Hinderpalen

Deze kunnen onderscheiden worden als volgt :

1) gebrek aan financiële en materiële werkingsmiddelen, alsook gebrek aan
    mankracht.

11 op 22 verenigingen klagen over een gebrek aan voldoende geldmiddelen om hun projecten en hun personeel te betalen, zodat moet worden teruggevallen op vrijwilligerswerk.

Hun vragen en aanspraken betreffen hoofdzakelijk het bekomen van lokalen voor de organisatie van vergaderingen, activiteiten en ontmoetingen, evenals het bekomen van communicatiemateriaal (website, periodiek krantje) alsmede van bevoegd en gemotiveerde mankracht.

2) psychologische en sociologische obstakels voortvloeiende o.m. uit de internationaal-politieke gebeurtenissen.

8 op 22 betreuren de mentaliteit en het gedrag op het terrein :

- de vooroordelen en het negativisme opzichtens alles wat buiten het gewone
   blijkt te vallen en opzichtens het "vreemde" van de vreemdeling (andere
   culturen of geloofsovertuigingen, inzonderheid de islam)

-de angst van sommige geloofsovertuiging-vertegenwoordigers om hun
   identiteit te verliezen bij de ontmoeting met anderen, i.p.v. het te zien als een
   verrijkingmogelijkheid.

- het gebrek aan belangstelling inzake de ontmoetingen tussen lesgevers en
   gezinnen, tussen christelijke gezinnen en moslim-of andere gezinnen ;

- de taalbarrière die de communicatie met sommigen verstoort ;

- de onwetendheid terzake, of de miskenning van de andere, zijnde een
    vooroordeel (vooral opzichtens de Islam), en het bestaan van ingewortelde
    stereotiepe schijneigenschappen, zowel opzichtens joden, christenen en
    moslims, als in hoofde van lesgevers ;

- het palestijns-israëlisch conflict dat leidt tot het antisemitisme onder de
    dekmantel van het antizionisme.

De verenigingen willen de vastelling van de bestaande verschillen doorbreken en de dialoog uitbouwen op het vlak van de gemeenschappelijke waarden.  Het komt erop neer de dialoog te schragen door het dagdagelijkse gebeuren en de dito solidariteit.

Verschillende religieuze verenigingen verkondigen dat "de - sinds meer dan 15 jaar - ingestelde contacten en infrastructuur, gebaseerd op de vriendschap en de wederzijdse erkenning, van aard zijn om het hoofd te bieden aan de meeste problemen".

Een terreinvereniging zoals M.R.A.X. verkondigt in dezelfde zin dat moeilijkheden kunnen worden opgelost door "de installatie van verantwoordelijk en door hun basis erkende leiders die publiekelijk het woord voeren tijdens hun deelname aan debatten en ontmoetingen".

3) institutionele erkenningsproblemen, evenals publieke conflicten tussen vrijzinnigen en religieuze identiteiten.  3 verenigingen kaarten dit aan.

Zo betreurt de "Fédération Humaniste Européenne" "het gebrek aan steun ten voordele van officiële instellingen die kiezen om samen te werken met de religieuze overheden die zich uitsluitend bezig houden met de godsdienstvrijheid".

Daartegenover betreurt de "United Religions Initiative", dewelke op lokaal, zelfs inter-lokaal vlak werkzaam is "de argwaan opzichtens de publieke verkondiging van geloofsovertuigingen".

BESLUIT

Het komt erop aan om gezamenlijk te onderzoeken op welke wijze de openbare overheid de verenigingen kan helpen om deze inter-religie-dialoog verder te ontwikkelen.

Het behoort evenwel niet aan de openbare overheid om zich in de plaats te stellen van de verschillende verenigingen.

Desalniettemin komt het aan de politieke overheid toe om steun te verlenen aan ieder initiatief dat bijdraagt tot de ontwikkeling van begrip, verdraagzaamheid en vertrouwen tussen de verschillende religieuze of convictionele gemeenschappen.

Desbetreffend bevindt de gemeente zich in een bevoorrechte eerstelijnspositie om haar taak van ondersteuning van lokale acties te realiseren, en om – in het kader  van aanwending en toewijzing van gebeurlijke werkingssubsidies komende van hogere overheden – sommige projecten voor te stellen of suggesties te doen inzake gemeenschappelijke realisaties. Het is immers duidelijk dat de Stad niet beschikt over de noodzakelijke financiële middelen daartoe, en evenmin over de politieke dimensie om een interconvictionele dialoog op het niveau van het gewest te promoten.

Om zeer concreet te zijn : het behoort aan de Gewestelijke overheid om het politiek beginselprogramma van dit project op te stellen, om dit rechtstreeks te financieren voor die organisaties wiens activiteiten de gemeentelijke grenzen overstijgen, en om -door toekenning van werkingssubsidies aan de verschillende Schepenen der Erediensten- de dynamisering van lokale initiatieven te ondersteunen.

Het  beoogde moeilijke doel kan slechts worden bereikt door een goede verstandhouding tussen de publieke overheden en de privé-sector.

De burgerzin en de publieke overheden hebben de gemeenschappelijke opdracht om samen in Brussel een multiconvictionele gemeenschap en « Bruxelles-Espérance –Brussels’ Hoop » op te richten.

 

Brussel,  2 december 2003.